Hoofdpagina
Antroposofie
Wat is "vrije wil"
links
Over ons

 

1. Antroposofie en wetenschap

 
   
2. Antroposofie en helderziende waarneming  

 
3. Wetenschappelijke barrieres tegen de vrije wil (en: hoe kom je er overheen)  
   
4. Creationisme. God of de Oerknal?  
   
5. Wat is bewustzijn?  
   
6. Darwinisme  
   
10. Filosofie van de vrijheid  
   

11, Het Libet-experiment: hersenen en vrije wil

 
   
   
   
   
   
   
   
   
   
   
   

 

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Wel of geen vrije wil?

In onze westerse cultuur mag je wel geloven in God, Christus en Engelen, maar van een echte intellectueel wordt verwacht dat hij daar niet serieus over praat – niet publiekelijk althans. Een klein voorbeeld laat zien wat er gebeurt als je het toch doet. Eind 2009 werd op TV, bij Pauw en Witteman, op een onbewaakt moment gediscussieerd over de letterlijke opstanding van Christus. Mark Rutte echter, als partijleider van de VVD, vond het niet zonder meer onzin en opperde enthousiast dat Christus misschien astraal was opgestaan (heel authentiek, en volledig buiten het protocol). De verbijstering en aanhoudende verbazing op het gezicht van Jeroen Pauw is misschien wel het het meest grappige TV-moment van 2009. Maar dit moment laat ook zien hoe mijlenver de huidige wetenschap en echte spiritualiteit nog uit elkaar liggen. Gelovigen praten over God, maar een wetenschapper of politicus hoort nuchter te zijn. Een materialistisch of darwinistisch mensbeeld is nog steeds de onuitgesproken norm.

Op deze site vind je een populair-wetenschappelijke verdediging van de 'vrije wil' vanuit de antroposofie. Daarbij komen ook de grootste wetenschappelijke barrieres aan bod: atomisme, darwinisme, de mens als 'veredelde aap' en de hersenwetenschap.

Als een wetenschapper gevraagd wordt of wij een vrije wil hebben, wordt deze vraag meestal automatisch met "nee" beantwoord. Want vrijheid betekent misschien wel dat we meer zijn dan een machine of een veredelde aap en dat wij als geestelijk wezen misschien niet volledig onderworpen zijn aan dwingende natuurwetten. Alleen als wij een onafhankelijke geest hebben, kunnen wij ons bewust tegenover bestaande wetmatigheden plaatsen. Veel wetenschappers wijzen de vrije wil intuïtief af, alleen al omdat zij (terecht) vermoeden dat vrijheid impliceert dat er zoiets bestaat als een geest of een ziel.

Maar, zonder vrije wil zijn we niet echt verantwoordelijk voor onze daden. Goed en kwaad bestaan dan ook niet. We kunnen natuurlijk besluiten, zoals de beroemde neuroloog Oliver Sacks voorstelt, dat we moeten “doen alsóf we een vrije wil hebben”.
Oliver Sacks kiest voor deze tussenoplossing omdat hij niet alleen neuroloog is, maar ook psychiater. Zijn positie als mens en genezend psychiater ten opzichte van zijn patiënten zou anders ondraaglijk zijn. Maar hij erkent daarmee ook dat de vrije wil essentieel is voor de manier waarop we als mensen met elkaar omgaan, ook al moet hij als wetenschapper de vrijheid afwijzen.

Ik wil laten zien hoe Rudolf Steiner vanuit de antroposofie de menselijke vrijheid heeft verdedigd vanuit de natuurwetenschap. Het is een korte introductie in een paar basisprincipes van het antroposofisch mensbeeld bezien vanuit de filosofie, de evolutiebiologie en de natuurkunde. De inzichten van Steiner over theologie, recht, economie, onderwijs, pedagogie, landbouw, architectuur, kunst, astronomie, geneeskunde enz. laat ik onbesproken. Ik benadruk dat mijn betoog een beknopte kennismaking is. Er wordt niets bewezen.

Terminologie

Een kleine opmerking over het gebruik van vaktermen: determinisme, de identiteitstheorie, het functionalisme of het eliminatief materialisme verschillen natuurlijk van elkaar. Maar deze stromingen hebben gemeenschappelijk dat al onze ervaringen en ons bewustzijn tot de causale wetten van de natuurkunde worden gereduceerd. Zolang het onderscheid niet van belang is, duid ik daarom al deze opvattingen aan met materialisme.

Ik heb er voor gekozen rekening te houden met de opvattingen die we binnen de moderne wetenschap aantreffen, maar ik neem bewust de terminologie niet over. Met name niet van de moderne neurofilosofie. Deze heeft haar eigen jargon ontwikkeld dat een eigen leven is gaan leiden, los van de traditionele filosofie zoals dat begint bij Plato en Aristoteles. Vooral neurologen distantiëren zich niet alleen van de ideeënwereld maar ook van de gewone aardse wereld. Zij zijn in zeker opzicht wereldvreemd. Zij praten liever niet over gevoelens of ervaringen en vermijden begrippen zoals het ik, ideëel, fysiek of materieel. Bij voorkeur spreken zij over een theory of mind, mentale processen, informatie, signalen en impulsen. Bij de neurofilosoof Johan de Boer vinden we in “Neurofilosofie; hersenen, bewustzijn, vrije wil” de stelling dat 'een cognitie uiteindelijk kan worden gedefinieerd als een computatie van een symbolische representatie'. En dat allemaal binnen 'een geleefde experiëntele structuur'. Ik zie niet wat hier de meerwaarde van is. Omdat ik ook de eenheid wil bewaren tussen de filosofie, de natuurwetenschap en de geesteswetenschap, hou ik mij daarom aan de universele terminologie van Steiner die aansluit op de klassieke filosofie.

Belangrijk is op te merken dat ik een groot deel van de inzichten in de antroposofie en de moderne wetenschap te danken heb aan de Belgische kwantum-chemicus en homo universalis Jos Verhulst. Hij interpreteert de natuurkunde (kwantumfysica) en de biologie vanuit Aristoteles. Daarmee sluit hij niet alleen aan bij natuurkundigen als Bohr, Pauli en Heisenberg of de dichter-bioloog Goethe, maar slaat hij ook een brug tussen de gangbare natuurwetenschap en de geesteswetenschap van Rudolf Steiner.

Terug naar boven