Maar, zonder vrije wil zijn we niet echt
verantwoordelijk voor onze daden. Goed
en kwaad bestaan dan ook niet. We kunnen natuurlijk besluiten,
zoals de beroemde neuroloog Oliver Sacks voorstelt,
dat we moeten “doen alsóf we een vrije wil
hebben”.
Oliver Sacks kiest voor deze tussenoplossing omdat hij
niet alleen neuroloog is, maar ook psychiater. Zijn positie als
mens en genezend psychiater ten opzichte van zijn patiënten
zou anders ondraaglijk zijn. Maar hij erkent daarmee ook dat de
vrije wil essentieel is voor de manier waarop we als mensen met
elkaar omgaan, ook al moet hij als wetenschapper de vrijheid afwijzen.
Ik wil laten zien hoe Rudolf Steiner
vanuit de antroposofie de menselijke vrijheid heeft verdedigd
vanuit de natuurwetenschap. Het is een korte introductie in een
paar basisprincipes van het antroposofisch mensbeeld bezien vanuit
de filosofie,
de evolutiebiologie en de natuurkunde. De inzichten van Steiner
over theologie, recht, economie, onderwijs, pedagogie, landbouw,
architectuur, kunst, astronomie, geneeskunde enz. laat ik onbesproken.
Ik benadruk dat mijn betoog een beknopte kennismaking is. Er wordt
niets bewezen.
Terminologie
Een kleine opmerking over het gebruik van vaktermen:
determinisme, de identiteitstheorie, het functionalisme of het
eliminatief materialisme verschillen natuurlijk van elkaar. Maar
deze stromingen hebben gemeenschappelijk dat al onze ervaringen
en ons bewustzijn tot de causale wetten van de natuurkunde worden
gereduceerd. Zolang het onderscheid niet van belang is, duid ik
daarom al deze opvattingen aan met materialisme.
Ik heb er voor gekozen rekening te houden met
de opvattingen die we binnen de moderne wetenschap aantreffen,
maar ik neem bewust de terminologie niet over. Met name niet van
de moderne neurofilosofie. Deze heeft haar eigen jargon ontwikkeld
dat een eigen leven is gaan leiden, los van de traditionele filosofie
zoals dat begint bij Plato en Aristoteles. Vooral neurologen distantiëren
zich niet alleen van de ideeënwereld maar ook van de gewone
aardse wereld. Zij zijn in zeker opzicht wereldvreemd. Zij praten
liever niet over gevoelens of ervaringen en vermijden begrippen
zoals het ik, ideëel, fysiek of materieel. Bij voorkeur spreken
zij over een theory of mind, mentale processen, informatie, signalen
en impulsen. Bij de neurofilosoof Johan de Boer
vinden we in “Neurofilosofie; hersenen, bewustzijn, vrije
wil” de stelling dat 'een cognitie uiteindelijk kan worden
gedefinieerd als een computatie van een symbolische representatie'.
En dat allemaal binnen 'een geleefde experiëntele structuur'.
Ik zie niet wat hier de meerwaarde van is. Omdat ik ook de eenheid
wil bewaren tussen de filosofie, de natuurwetenschap en de geesteswetenschap,
hou ik mij daarom aan de universele terminologie van Steiner die
aansluit op de klassieke filosofie.
Belangrijk is op te merken dat ik een groot deel
van de inzichten in de antroposofie en de moderne wetenschap te
danken heb aan de Belgische kwantum-chemicus en homo universalis
Jos Verhulst. Hij interpreteert de natuurkunde (kwantumfysica)
en de biologie vanuit Aristoteles. Daarmee sluit hij niet alleen
aan bij natuurkundigen als Bohr, Pauli en Heisenberg of de dichter-bioloog
Goethe, maar slaat hij ook een brug tussen de gangbare natuurwetenschap
en de geesteswetenschap van Rudolf Steiner.